Jan-Willem Andriessen

Even voorstellen: Jan-Willem Andriessen, directeur Redres de Bouwkunstmakelaar

In 2003 stond Jan-Willem Andriessen in een voormalige rijksmonumentale leerlooierij in Dongen. Het gebouw verkeerde midden in een herontwikkeling, de toekomstige appartementen bestonden nog vooral op tekening en voor geïnteresseerden was nauwelijks voor te stellen hoe daar later gewoond kon worden. Om dat inzichtelijk te maken, werden de plattegronden op ware grootte in het gebouw uitgezet. Daar ontstond een gedachte die nog altijd centraal staat in zijn werk: eerst begrijpen wat een gebouw is, hoe het is ontstaan en wat het kan worden, daarna pas nadenken over de verkoop.

De opdracht werd uitgevoerd voor BOEi en vormde mede de aanleiding voor de ontwikkeling van Redres. Jan-Willem Andriessen is oprichter van Redres en werkt sinds 2003 als bouwkunstmakelaar. Hij is ingenieur Bouwkunde, afgestudeerd aan de Technische Universiteit Delft, en combineert die technische basis met ervaring in restauratie, projectontwikkeling, herbestemming, architectuur en vastgoed. De nieuwsgierigheid naar gebouwen en de ideeën van hun ontwerpers is daarbij nog altijd een belangrijke drijfveer.

“Je moet een gebouw eerst begrijpen voordat je gaat bedenken wat je ermee wilt doen.”

Eerst begrijpen wat er staat

Een monument verkopen vraagt volgens Andriessen om een ander referentiekader dan de verkoop van een reguliere woning. Prijs, oppervlakte en locatie blijven van belang, maar daarnaast spelen monumentenstatus, regelgeving, subsidies, restauratie, verduurzaming en historische bouwmethoden een rol. Ook bouwkundige kennis kan direct relevant zijn. Een vochtige kelder, een historische fundering, een oude kapconstructie of oorspronkelijk glas vraagt om een andere beoordeling dan een vergelijkbaar onderdeel in een recente woning.

Daar komt de geschiedenis van het gebouw bij. Waarom staat het er? Vanuit welk idee is het ontworpen? Hoe werd het oorspronkelijk gebruikt? Wat is later toegevoegd, verdwenen of aangepast? En hoeveel van de oorspronkelijke gedachte is vandaag nog herkenbaar?

“Je verkoopt uiteindelijk beter wanneer je begrijpt wat je voor je hebt. Dan kun je ook uitleggen waarom een gebouw bijzonder is, waar de mogelijkheden zitten en waarom sommige onderdelen het behouden waard zijn.”

Wat is een Bouwkunstmakelaar?

Binnen bijzonder vastgoed worden verschillende begrippen gebruikt die elkaar raken, maar ieder een ander accent leggen. Bij monumentenmakelaardij spelen de beschermde status en specifieke kennis rond monumenten een belangrijke rol, waaronder vergunningen, instandhouding, subsidies en restauratie. Erfgoedmakelaardij omvat daarnaast bijvoorbeeld kerken, kloosters, boerderijen, industrieel erfgoed en andere gebouwen met cultuurhistorische betekenis, ook wanneer zij niet formeel beschermd zijn.

Redres gebruikt bewust de naam bouwkunstmakelaar. Daarmee wordt een makelaar bedoeld die een gebouw benadert als ontworpen bouwkunst en niet uitsluitend als vastgoedobject. Architectuur, constructie, ontwerpgedachte, oorspronkelijk gebruik, geschiedenis en latere veranderingen vormen samen het vertrekpunt. Pas wanneer duidelijk is wat een gebouw bijzonder maakt, kan worden bepaald hoe het wordt gepositioneerd, voor wie het interessant is en hoe de verkoop het beste kan worden aangepakt.

Bouwkunst gaat daarbij niet automatisch over ouderdom of monumentenstatus. Een architectuurwoning uit 1972 kan even relevant zijn als een rijksmonument uit 1772. Ook een jong gebouw kan bouwkunst zijn wanneer ontwerp, constructie en gebruik voortkomen uit een herkenbare architectonische gedachte.

Bij gebouwen die hun oorspronkelijke functie hebben verloren, komt daar nog een extra vraag bij: wat kan de volgende bestemming zijn zonder de betekenis van het gebouw kwijt te raken? Juist bij herbestemming komen architectuur, bouwkunde, regelgeving, markt en toekomstig gebruik samen. Een kerk, school, fabriek of gemeentehuis vraagt daarom om meer dan alleen een nieuwe functie. De nieuwe bestemming moet logisch voortbouwen op wat er al is.

De koper moet bij het gebouw passen

Bij monumenten en architectuurwoningen komt Andriessen geregeld twee tegengestelde verwachtingen tegen. Sommige geïnteresseerden denken dat aan een monument vrijwel niets veranderd kan worden. Anderen hebben plannen die nauwelijks aansluiten bij het ontwerp en de geschiedenis.

Een sprekend voorbeeld was een geïnteresseerde voor een Rietveldhuis. Tijdens het gesprek kwamen wensen naar voren voor minder ramen en een rieten kap. Daarmee werd snel duidelijk dat de ideeën voor het toekomstige gebruik moeilijk verenigbaar waren met de ontwerpgedachte van het huis.

“Bij zo’n gebouw begin je met de vraag waarom het zo is ontworpen. Pas daarna kun je beoordelen wat eraan veranderd kan worden. Gebruik, ontwikkeling en verduurzaming blijven mogelijk, zolang je begrijpt wat bepalend is voor het gebouw.”

Daarmee krijgt de gespecialiseerde makelaar ook een selecterende rol. De financiële mogelijkheid om een pand te kopen vormt slechts een deel van het verhaal. Ook de plannen, verwachtingen en houding van een kandidaat zijn relevant. Veel monumenten bestaan al generaties en zullen ook na de huidige bewoners blijven bestaan. De eigenaar krijgt voor een bepaalde periode de verantwoordelijkheid voor een stuk gebouwde cultuur.

Herbestemmen als nieuwe toekomst

Herbestemming speelt binnen het werk van Redres een belangrijke rol. Bij gebouwen als kerken, scholen, fabrieken, kazernes of gemeentehuizen is de oorspronkelijke functie soms verdwenen, terwijl het gebouw zelf nog volop betekenis en mogelijkheden heeft.

Volgens Andriessen begint een goede herbestemming daarom niet met een programma van eisen, maar met onderzoek naar het bestaande gebouw. Hoe is het opgezet? Waar zit de ruimtelijke kwaliteit? Wat maakt de constructie bijzonder? Hoe werd het vroeger gebruikt en waar biedt het gebouw ruimte voor verandering?

Een nieuwe bestemming moet vervolgens niet alleen technisch mogelijk zijn, maar ook financieel en praktisch houdbaar. Tegelijkertijd moet voldoende van de oorspronkelijke gedachte herkenbaar blijven. Juist in die combinatie ontstaat vaak de kwaliteit van een goede herbestemming: een gebouw krijgt een nieuwe functie zonder zijn geschiedenis kwijt te raken.

Verduurzamen begint bij het gebouw

Diezelfde benadering geldt voor verduurzaming. Een energielabel kan nuttige informatie geven, maar vertelt niet het hele verhaal. Bij historische gebouwen is vooral de vraag relevant welke maatregelen daadwerkelijk zinvol zijn en hoe deze zich verhouden tot de bestaande constructie en architectuur.

Historische kozijnen zijn daarvan een goed voorbeeld. Volledige vervanging wordt soms als vanzelfsprekende oplossing voorgesteld, terwijl behoud in combinatie met passend isolerend glas of vacuümglas technisch, financieel en cultuurhistorisch aantrekkelijker kan zijn.

Eerst onderzoeken hoe een gebouw functioneert, daarna bepalen waar de grootste winst te behalen valt. Comfort, energiegebruik, bouwkundige logica en behoud worden daarbij gezamenlijk bekeken. Juist bij historische gebouwen bestaat zelden één standaardantwoord.

Een landelijke bouwkunstgalerij

Redres begeleidt eigenaren en kopers van monumenten, architectuurwoningen en ander bijzonder vastgoed door heel Nederland. Vanuit Hilversum komen daardoor zeer uiteenlopende gebouwen voorbij: woonhuizen, kerken, boerderijen, voormalige gemeentehuizen, fabrieken, scholen en gebouwen die zich nauwelijks in een gangbare categorie laten plaatsen.

Bij dergelijk vastgoed bevindt het relevante vergelijkingsmateriaal zich lang niet altijd in dezelfde gemeente of provincie. Ook de potentiële koper kan aan de andere kant van Nederland wonen. Liefhebbers van een bepaalde architect, bouwperiode of gebouwtype zoeken vaak landelijk.

Andriessen omschrijft zijn werk daarom als dat van een museumdirecteur die door zijn eigen bouwkunstgalerie reist. Alleen bevindt die galerie zich niet binnen vier muren, maar verspreid door heel Nederland.

“Ieder gebouw heeft zijn eigen ontwerp, geschiedenis en gebruiksverhaal. Eerst wil je begrijpen waarom het bijzonder is, wat ermee kan en wat behouden moet blijven. Daarna zoek je de volgende eigenaar die daarbij past.”

Daar zit ook het plezier in het vak. Steeds verschijnt er weer een gebouw waarvan de constructie, geschiedenis of ontwerpgedachte iets onverwachts vertelt. De ene keer is dat een bekende architectuurwoning, de volgende keer een brandweerkazerne, fabriek of boerderij waar pas na onderzoek duidelijk wordt waarom het gebouw bijzonder is.

De bouwkunstgalerie hoeft daarbij niet zo groot mogelijk te zijn. Het gaat om gebouwen waarvan ontwerp, gebruik en geschiedenis voldoende betekenis hebben om werkelijk iets over te vertellen.

Het Monumentenportaal als kennisplek

Het Monumentenportaal kan volgens Andriessen vanuit dezelfde gedachte verder groeien. Het platform heeft de mogelijkheid om meer te zijn dan een overzicht van monumenten die op dat moment te koop of te huur staan.

Nederland kent veel particuliere monumenteigenaren en daarnaast een grote groep mensen die geïnteresseerd is in architectuur, restauratie, verduurzaming, herbestemming en de geschiedenis van gebouwen. Voor hen kan het portaal eveneens relevant zijn. Aanbod en kennis kunnen sterker met elkaar worden verbonden. Wie geïnteresseerd is in Amsterdamse School, mid-century architectuur, religieus erfgoed of historische boerderijen zou naast beschikbaar aanbod ook achtergrondinformatie en ervaringen van eigenaren kunnen vinden.

Juist monumenteigenaren kunnen daarin een belangrijke rol spelen. Zij kennen de dagelijkse praktijk van hun gebouw, weten hoe restauraties zijn verlopen en kunnen vertellen hoe het werkelijk is om ervoor te zorgen. Zo kan een platform ontstaan waar gebouwen, verhalen, kennis, eigenaren, geïnteresseerden en gespecialiseerde professionals elkaar vinden.

Het gebouw als vertrekpunt

Voor Jan-Willem Andriessen komt zijn werk uiteindelijk steeds terug op dezelfde vraag: wat staat hier eigenlijk, waarom is het zo geworden en wie kan hier straks goed voor zorgen?

Een gebouw heeft al een geschiedenis voordat het op de markt verschijnt en krijgt na de overdracht opnieuw een toekomst. De makelaar bevindt zich precies op dat overgangsmoment. Voor iemand die voor het eerst een monument of architectuurwoning overweegt, is het advies daarom eenvoudig: verdiep je eerst in het gebouw. Kijk naar de geschiedenis, architectuur, constructie en het gebruik. Praat met de huidige eigenaar en probeer te begrijpen waarom bepaalde eigenaardigheden onderdeel zijn van de kwaliteit.

Daarna komt de vraag wat er veranderd, toegevoegd, herbestemd of verduurzaamd kan worden. In die volgorde ligt volgens Andriessen de kern van goed eigenaarschap en goede monumentenmakelaardij.